Interview ds. Koos Staat in Echo

In de huis-aan-huis krant De Echo, editie amsterdam-Noord, staat een interview met onze dominee Koos Staat.

ZUNDERDORP - Koos Staat (50) komt uit een Barendrechtse tuindersfamilie en leek voorbestemd om tomatenkweker te worden. Het pakte echter anders uit. Zijn ouders waren actief in de plaatselijke kerk en dat sprak hem veel meer aan. Inmiddels is hij al 25 jaar dominee. Hij pendelt heen en weer tussen de kerk in Zunderdorp, in het landelijke Amsterdam-Noord, en de Engelse kerk op het Begijnhof.

Image

Als jonge jongen was Staat erg onder de indruk van dominees. De zwarte toga met witte bef die ze droegen, de preken die ze hielden – hij vond het prachtig. Zo prachtig dat hij zelf ook dominee wilde worden. Hij heeft de daad bij het woord gevoegd en is ooit begonnen in een klein kerkje in het Friese dorpje Munnekezeil. ‘Ik was nog maar 25 jaar en ik moest begrafenissen leiden van mensen die veel ouder waren dan ik,’ blikt hij terug. ‘Het was mede daardoor een zwaar en eenzaam leven. Ik heb meer aan die mensen gehad dan andersom.’ Staat zette echter door. Wat hem dreef is dat hij hield van zijn vak. En gaandeweg paste de rol van dominee hem steeds beter. Via Yerseke en Rijnsburg kwam hij zes jaar geleden in het landelijke Zunderdorp terecht. Hij was gevraagd voor een parttime baan – zowel de Dorpskerk als de Engelse kerk op het Begijnhof had behoefte aan een dominee – en daar had Staat zeker oren naar. Op beide locaties probeert Staat de dienst zo te brengen dat de kerkgangers met een prettig gevoel weer naar huis gaan. In de binnenstad moet hij er in dat opzicht wel wat harder aan trekken. Zijn de bezoekers van de Dorpskerk al gelovig, op zijn andere wekterrein gaat het er juist om mensen voor de kerk te interesseren. Om dat te bereiken biedt Staat een extra service. Elke donderdagmiddag zit hij van 14.00 tot 16.00 uur in café Dante aan de Spuistraat. Daar kan iedereen die dat wil hem ontmoeten en in een ongedwongen sfeer met hem van gedachten wisselen.

Vriendelijke kant
In de 25 jaar dat Staat zijn vak uitoefent is zijn beeld van God veranderd. ‘In mijn jeugd werd er vaak gesproken over een straffende God’, vertelt hij. ‘Dat zullen veel mensen wel herkennen. Hij werd gebruikt om een gebrek aan opvoedingscapaciteit goed te maken. Maar dat was niet terecht. In de loop der jaren heb ik God van een meer vriendelijke kant leren kennen. En dat draag ik nu uit.’ Sterker nog: volgens Staat is God zelfs zo dat hij de mensheid de hand boven het hoofd houdt. ‘Eigenlijk zijn wij mensen prutsers. Kijk maar om je heen. We kunnen het gewoon niet. En God laat het toe dat we de boel in de soep laten lopen. En toch is het de bedoeling dat we het zelf doen. Je kunt Hem niet overal de schuld van geven; god is geen tovenaar. Gelukkig raken de mensen die nu geloven daar steeds meer van bewust. De boodschap die ik breng haakt daarop in. Die boodschap is tweeledig. Enerzijds: jij mag er zijn. En op de tweede plaats: maak er het beste van, zodat God van je geniet.’

 
< Vorige